hangmat
zelfstandig naamwoord /ˈɦɑŋmɑt/Betekenis
- een doek of net dat aan de uiteinden opgehangen wordt en waarin personen kunnen liggen
Hoe spreek je hangmat uit?
/ˈhɑŋmɑt/
Hangmat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| m | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hangmatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hangmatjes | verkleinwoord, meervoud |
| hangmatten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘hangend net om in te liggen’ voor het eerst aangetroffen in 1627
Woordfamilie van hangmat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hangmatje | verkleinwoord | hangmat |
| hangmatjes | verkleinwoord meervoud | hangmat |
| hangmatten | meervoud | hangmat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hangmat zijn vastgelegd.