hanggroep
zelfstandig naamwoord ˈhɑŋɣrupBetekenis
- mensen die elkaar regelmatig gezelschap houden op een of meer plaatsen in de openbare ruimte. Vooral wanneer dit gezelschap uit jonge mannen bestaat, wordt zo'n groep vaak als een bron van overlast gezien.
Hoe spreek je hanggroep uit?
/ˈhɑŋxrup/
Hanggroep bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- mensen die elkaar regelmatig gezelschap houden op een of meer plaatsen in de openbare ruimte Vooral wanneer dit gezelschap uit jonge mannen bestaat, wordt zo'n groep vaak als een bron van overlast gezien.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hanggroepen | meervoud |
| hanggroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hanggroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hangen ww en groep zn
Woordfamilie van hanggroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hanggroepen | meervoud | hanggroep |
| hanggroepje | verkleinwoord | hanggroep |
| hanggroepjes | verkleinwoord meervoud | hanggroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hanggroep zijn vastgelegd.