hangar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een opslagplaats voor een of meer vliegtuigen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hangars | meervoud |
| hangartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hangartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overdekte bergplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1895
Woordfamilie van hangar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hangars | meervoud | hangar |
| hangartje | verkleinwoord | hangar |
| hangartjes | verkleinwoord meervoud | hangar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hangar zijn vastgelegd.