hanenkam
zelfstandig naamwoord /ˈhanə(n)kɑm/Betekenis
- een eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak
- een kam van een haan
- een kamvormig kapsel midden over het overigens kaalgeschoren hoofd
Hoe spreek je hanenkam uit?
/ˈhanənkɑm/
Hanenkam bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| n | nek |
| ə | de |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Cantharellus cibarius, een eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak uit de familie Cantharellaceae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hanenkammen | meervoud |
| hanenkammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hanenkammetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van haan zn en kam zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hanenkam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hanenkammen | meervoud | hanenkam |
| hanenkammetje | verkleinwoord | hanenkam |
| hanenkammetjes | verkleinwoord meervoud | hanenkam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hanenkam zijn vastgelegd.