handvest
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een document of oorkonde waarin de grondrechten van een organisatie vastgelegd worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handvesten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stuk met rechtsbeginselen’ voor het eerst aangetroffen in 1528
Woordfamilie van handvest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handvesten | meervoud | handvest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handvest zijn vastgelegd.