handlanger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een ander persoon helpt bij kwade praktijken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handlangers | meervoud |
| handlangertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handlangertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘die een ander bijstaat bij verboden handelingen’ voor het eerst aangetroffen in 1787
Woordfamilie van handlanger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handlangers | meervoud | handlanger |
| handlangertje | verkleinwoord | handlanger |
| handlangertjes | verkleinwoord meervoud | handlanger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handlanger zijn vastgelegd.