handgeld
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geld dat de koper van een roerend goed geeft aan de verkoper voordat hij het goed heeft ontvangen meestal betaald bij het afsluiten van een transactie
- een niet officieel vastgelegde transactie (met zwartgeld)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handgelden | meervoud |
| handgeldje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handgeldjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand zn en geld zn
Woordfamilie van handgeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handgelden | meervoud | handgeld |
| handgeldje | verkleinwoord | handgeld |
| handgeldjes | verkleinwoord meervoud | handgeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handgeld zijn vastgelegd.