halm
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grasstengel|gras- of graanstengel
- stro
- stro, haksel (als bemesting = gjødsel)
- stro (als bescherming tegen bederf bij het verbouwen van aardbeien)
- ligstro, stro, strooisel
- stro (ruwvoer = grovfor voor paarden)
- stro (als bouwmateriaal = byggematerialer, vgl. strodak = halmtak)
- bedstro, stro (heden ten dage gebruikt voor de productie van moderne stromatrassen, vgl. stromatras = halmmadrass)
- stro (gebruikt voor de productie von een strohoed = halmhatt)
- stro (in de vorm van strobalen als beschermende zijberm bij een autorace)
- stro (gebruikt voor de productie von een stromat = halmmatte)
- stro (als knutselmateriaal, vgl. stroster = halmstjerne)
- strohalm gebruikt in de uitdrukkingen gripe etter et halmstrå, klamre seg til et halmstrå en klynge seg til et halmstrå
- stro (gebruikt voor de productie von een stroriet = sugerør)
- bedstro, stro (voormalig gebruikt als primitieve bodembedekking om erop te slapen)
- in vroegere tijden het bedstro waarop een overledene tijdens het sterfbed had gelegen. Het woord 'halm' kan zowel het beddengoed waarin iemand was gestorven als het stro waarop het lichaam werd gelegd, betekenen voordat het de kist binnenging.
- Det Norske Akademi Ordbok (NAOB): https://naob.no/ordbok/halm halm (in het Noors; geraadpleegd 2020-04-10)
zelfstandig naamwoord — masculine
- gras- of graanstengel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| halmen | meervoud |
| halmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| halmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stengel van gewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1268
Woordfamilie van halm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| halmen | meervoud | halm |
| halmpje | verkleinwoord | halm |
| halmpjes | verkleinwoord meervoud | halm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halm zijn vastgelegd.