halftij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- periode dat de eb- of de vloedstroom op zijn sterkst is
- tijdstip halverwege tussen hoogwater en laagwater
- gemiddelde waterstand tussen de hoogwaterstand en de laagwaterstand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| halftijen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van half bn en tij zn
Woordfamilie van halftij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| halftijen | meervoud | halftij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halftij zijn vastgelegd.