hakstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- achterste deel van een schoen of laars
- deel van iets dat speciaal geschikt is voor de hak van de voet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hakstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hakken ww en stuk zn
Woordfamilie van hakstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hakstukken | meervoud | hakstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hakstuk zijn vastgelegd.