hakbeschermer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- doppen die op het uiteinde van (naald)hakken gezet kunnen worden om de hakken maar ook de vloer waarop gelopen wordt te beschermen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hakbeschermers | meervoud |
| hakbeschermertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hakbeschermertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hak en beschermer
Woordfamilie van hakbeschermer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hakbeschermers | meervoud | hakbeschermer |
| hakbeschermertje | verkleinwoord | hakbeschermer |
| hakbeschermertjes | verkleinwoord meervoud | hakbeschermer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hakbeschermer zijn vastgelegd.