hagelslag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een soort broodbeleg, bestaande uit strooisel van chocolade of gekleurde suiker
- het met kracht neervallen van de hagel
- hagelschade
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hagelslagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hagelslagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hagel en slag
Woordfamilie van hagelslag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hagelslagje | verkleinwoord | hagelslag |
| hagelslagjes | verkleinwoord meervoud | hagelslag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hagelslag zijn vastgelegd.