haarzak
zelfstandig naamwoord ˈharzɑkBetekenis
- flesvormige holte in de huid met de wortel van een haar
- een net dat men om het haar kan spannen, haarnetje
- een persoon die graag ruzie maakt
Hoe spreek je haarzak uit?
/ˈharzɑk/
Haarzak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| r | rood |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- kleine flesvormige holte in de huid met de wortel van een haar In deze betekenis wordt vaak het verkleinwoord "haarzakje" gebruikt.
- net of buidel die voorkomt dat hoofdhaar in de weg hangt
- iemand die graag ruzie maakt of hebberig is person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haarzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haarzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| haarzakken | meervoud |
Herkomst
[1], [2] samenstelling van haar zn en zak zn
Woordfamilie van haarzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haarzakje | verkleinwoord | haarzak |
| haarzakjes | verkleinwoord meervoud | haarzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haarzak zijn vastgelegd.