haarstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine pruik die een aanvulling is op het eigen haar, vooral in gebruik bij oudere kaler wordende mannen en mensen die een chemotherapie hebben ondergaan
- hair extension gebruikt als modeartikel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haarstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haarstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| haarstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van haar en stuk
Woordfamilie van haarstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haarstukje | verkleinwoord | haarstuk |
| haarstukjes | verkleinwoord meervoud | haarstuk |
| haarstukken | meervoud | haarstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haarstuk zijn vastgelegd.