haardvuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Vuur in een haard of de haard (stookplaats) zelf.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haardvuren | meervoud |
| haardvuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haardvuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van haard en vuur
Woordfamilie van haardvuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haardvuren | meervoud | haardvuur |
| haardvuurtje | verkleinwoord | haardvuur |
| haardvuurtjes | verkleinwoord meervoud | haardvuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haardvuur zijn vastgelegd.