haageik
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een eik die men als haag gesnoeit heeft
zelfstandig naamwoord — masculine
- Quercus een eik die men als haag gesnoeit heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haageiken | meervoud |
| haageikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haageikjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van haag zn en eik zn
Woordfamilie van haageik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haageiken | meervoud | haageik |
| haageikje | verkleinwoord | haageik |
| haageikjes | verkleinwoord meervoud | haageik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haageik zijn vastgelegd.