gulden
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɣʏldə(n)Betekenis
- naam voor de munteenheid van Curaçao en Sint Maarten, en vroegere munteenheden in verschillende Nederlandstalige landen
- oorspronkelijk naam voor een gouden munt met een bepaald gewicht, later naam voor een muntstuk of bankbiljet met de waarde van 1 gulden
- vaak overdrachtelijk van goud vervaardigd
Hoe spreek je gulden uit?
/ˈxʏldən/
Gulden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ʏ | put |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1] fl | |
| [1] ƒ | |
| guldens | meervoud |
| guldentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| guldentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands guldijn van Oudnederlands guldīn dat teruggaat op Germaans *gulþīnaz Het zelfstandig naamwoord is een verkorte vorm van "gulden florijn", als bijvoeglijk naamwoord is "gulden" goeddeels verdrongen door gouden. In de betekenis van ‘munt’ voor het eerst aangetroffen in 1248
Woordfamilie van gulden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| guldens | meervoud | gulden |
| guldentje | verkleinwoord | gulden |
| guldentjes | verkleinwoord meervoud | gulden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gulden zijn vastgelegd.