grootmeester
zelfstandig naamwoord ˈɣrotmestərBetekenis
- schaker of dammer met de hoogste internationale titel die hij op grond van behaalde resultaten kan verwerven
- opperbestuurder van sommige corporaties of orden, bv. de hoogste waardigheidsbekleder bij een ridderorde, bij een moederloge van de Orde der Vrijmetselaren
- een van de grootofficieren of de hoogste vrouwelijke beambte bij het huis van de koningin, naast de hofmaarschalk
- de voornaamste persoon in een bepaalde kring, naar wiens voorbeeld de anderen zich richten
Hoe spreek je grootmeester uit?
/ˈxrotmestər/
Grootmeester bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| m | maan |
| e | veel |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grootmeesters | meervoud |
| grootmeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grootmeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van groot en meester
Woordfamilie van grootmeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grootmeesters | meervoud | grootmeester |
| grootmeestertje | verkleinwoord | grootmeester |
| grootmeestertjes | verkleinwoord meervoud | grootmeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grootmeester zijn vastgelegd.