Groninger
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɣronɪŋərBetekenis
- een inwoner van de provincie Groningen
- een inwoner van de hoofdstad van de provincie Groningen
- een inwoner van de gemeente in de provincie Groningen waarin de stad Groningen ligt
Hoe spreek je Groninger uit?
/ˈxronɪŋər/
Groninger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- inwoner van de provincie Groningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Groningers | meervoud |
| Groningertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| Groningertjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- uit de stad, gemeente of provincie Groningen afkomstig, van Groningen, op Groningen betrekking hebbend
Herkomst
Afgeleid van Groningen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van Groninger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Groningers | meervoud | Groninger |
| Groningertje | verkleinwoord | Groninger |
| Groningertjes | verkleinwoord meervoud | Groninger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Groninger zijn vastgelegd.