grondrecht
zelfstandig naamwoord ˈɣrɔntrɛxtBetekenis
- de fundamentele rechten of mensenrechten, zijn rechten van individuele burgers tegenover de staat en indirect (door een belangenoverweging) tussen burgers
Hoe spreek je grondrecht uit?
/ˈxrɔntrɛxt/
Grondrecht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grondrechten | meervoud |
| grondrechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grondrechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van grond en recht
Woordfamilie van grondrecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grondrechten | meervoud | grondrecht |
| grondrechtje | verkleinwoord | grondrecht |
| grondrechtjes | verkleinwoord meervoud | grondrecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grondrecht zijn vastgelegd.