groepsleider
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (volwassen) leider van een groep met name in onderwijs en de (jeugd)zorg
zelfstandig naamwoord — masculine
- leider van een groep met name in onderwijs en de (jeugd)zorg
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groepsleiders | meervoud |
| groepsleidertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| groepsleidertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van groep en leider met het invoegsel -s-
Woordfamilie van groepsleider
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groepsleiders | meervoud | groepsleider |
| groepsleidertje | verkleinwoord | groepsleider |
| groepsleidertjes | verkleinwoord meervoud | groepsleider |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groepsleider zijn vastgelegd.