groeipijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de pijn die toegeschreven wordt aan het groeien van een lichaamsdeel met name van botten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groeipijnen | meervoud |
| groeipijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| groeipijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van groei en pijn
Woordfamilie van groeipijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groeipijnen | meervoud | groeipijn |
| groeipijntje | verkleinwoord | groeipijn |
| groeipijntjes | verkleinwoord meervoud | groeipijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groeipijn zijn vastgelegd.