griesmeel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grof gemalen meel ven tarwe, spelt, mais of rijst
zelfstandig naamwoord — neuter
- grof gemalen meel van tarwe, spelt, mais of rijst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| griesmeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| griesmeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| griesmelen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gebroken, niet tot meel gemalen graan’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van griesmeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| griesmeeltje | verkleinwoord | griesmeel |
| griesmeeltjes | verkleinwoord meervoud | griesmeel |
| griesmelen | meervoud | griesmeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van griesmeel zijn vastgelegd.