grenswachter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bewaker van de landsgrens
- douanier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grenswachters | meervoud |
| grenswachtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grenswachtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van grens en wachter
Woordfamilie van grenswachter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grenswachters | meervoud | grenswachter |
| grenswachtertje | verkleinwoord | grenswachter |
| grenswachtertjes | verkleinwoord meervoud | grenswachter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grenswachter zijn vastgelegd.