grensrechter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van beide assistent-scheidsrechters die aan de zijlijnen van het veld geplaatst zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grensrechters | meervoud |
| grensrechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grensrechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van grens en rechter
Woordfamilie van grensrechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grensrechters | meervoud | grensrechter |
| grensrechtertje | verkleinwoord | grensrechter |
| grensrechtertjes | verkleinwoord meervoud | grensrechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grensrechter zijn vastgelegd.