grenspaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- meestal samen met soortgelijke palen, de markering van een grens vormend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grenspaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grenspaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| grenspalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van grens en paal
Woordfamilie van grenspaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grenspaaltje | verkleinwoord | grenspaal |
| grenspaaltjes | verkleinwoord meervoud | grenspaal |
| grenspalen | meervoud | grenspaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grenspaal zijn vastgelegd.