grensgeval
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een casus die precies op de grens ligt van twee categorieën
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grensgevallen | meervoud |
| grensgevalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grensgevalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van grens en geval
Woordfamilie van grensgeval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grensgevallen | meervoud | grensgeval |
| grensgevalletje | verkleinwoord | grensgeval |
| grensgevalletjes | verkleinwoord meervoud | grensgeval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grensgeval zijn vastgelegd.