grensbewaking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bewaken van de buitengrenzen van een territorium
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grensbewakingen | meervoud |
| grensbewakinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grensbewakinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van grens zn en bewaking zn
Woordfamilie van grensbewaking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grensbewakingen | meervoud | grensbewaking |
| grensbewakinkje | verkleinwoord | grensbewaking |
| grensbewakinkjes | verkleinwoord meervoud | grensbewaking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grensbewaking zijn vastgelegd.