grassoort
zelfstandig naamwoordBetekenis
- één van de plantensoorten die behoort tot de grassenfamilie
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- plantensoorten die behoort tot de grassenfamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grassoorten | meervoud |
| grassoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grassoortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gras en soort
Woordfamilie van grassoort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grassoorten | meervoud | grassoort |
| grassoortje | verkleinwoord | grassoort |
| grassoortjes | verkleinwoord meervoud | grassoort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grassoort zijn vastgelegd.