grachtengordel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een reeks grachten die rondom het centrum van een stad is aangelegd
- de veronderstelde woonplaats van een welvarende, linksgeoriënteerde Amsterdamse elite, kliek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grachtengordels | meervoud |
| grachtengordeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grachtengordeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gracht en gordel met het invoegsel -en- , voor het eerst aangetroffen in 1869, voor een vindplaats zie hieronder.
Woordfamilie van grachtengordel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grachtengordels | meervoud | grachtengordel |
| grachtengordeltje | verkleinwoord | grachtengordel |
| grachtengordeltjes | verkleinwoord meervoud | grachtengordel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grachtengordel zijn vastgelegd.