graanoogst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de opbrengst aan graan in een jaar
- het binnenhalen van het graan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| graanoogsten | meervoud |
| graanoogstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| graanoogstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van graan en oogst
Woordfamilie van graanoogst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| graanoogsten | meervoud | graanoogst |
| graanoogstje | verkleinwoord | graanoogst |
| graanoogstjes | verkleinwoord meervoud | graanoogst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van graanoogst zijn vastgelegd.