gouverneur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
- het hoofd van een organisatie of instelling
- huisonderwijzer
- (Limburg) commissaris van de Koning
zelfstandig naamwoord — masculine
- commissaris van de Koning Limburg
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gouverneurs | meervoud |
| gouverneurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gouverneurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bestuurder’ voor het eerst aangetroffen in 1336
Woordfamilie van gouverneur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gouverneurs | meervoud | gouverneur |
| gouverneurtje | verkleinwoord | gouverneur |
| gouverneurtjes | verkleinwoord meervoud | gouverneur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gouverneur zijn vastgelegd.