goudvoorraad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoeveelheid goud die een land of een centrale bank bezit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| goudvoorraadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| goudvoorraadjes | verkleinwoord, meervoud |
| goudvoorraden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van goud zn en voorraad zn
Woordfamilie van goudvoorraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| goudvoorraadje | verkleinwoord | goudvoorraad |
| goudvoorraadjes | verkleinwoord meervoud | goudvoorraad |
| goudvoorraden | meervoud | goudvoorraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goudvoorraad zijn vastgelegd.