godheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
- een expert op een bepaald gebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| godheden | meervoud |
| godheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| godheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van god met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van godheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| godheden | meervoud | godheid |
| godheidje | verkleinwoord | godheid |
| godheidjes | verkleinwoord meervoud | godheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van godheid zijn vastgelegd.