glaspui
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gevel van glas; een raam van de vloer tot aan het plafond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| glaspuien | meervoud |
| glaspuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| glaspuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van glas zn en pui zn
Woordfamilie van glaspui
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| glaspuien | meervoud | glaspui |
| glaspuitje | verkleinwoord | glaspui |
| glaspuitjes | verkleinwoord meervoud | glaspui |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glaspui zijn vastgelegd.