gladakker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oud, slecht paard
- hond zonder baas, m.n. in Indië
- iemand die alles doet om aan de kost te komen, vandaar ook: gewiekst, listig persoon
- onbetrouwbaar en verdorven persoon, slechterik
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gladakkers | meervoud |
| gladakkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gladakkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘leperd’ voor het eerst aangetroffen in 1860
Woordfamilie van gladakker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gladakkers | meervoud | gladakker |
| gladakkertje | verkleinwoord | gladakker |
| gladakkertjes | verkleinwoord meervoud | gladakker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gladakker zijn vastgelegd.