gildemeester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- overste, deken van een gilde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gildemeesters | meervoud |
| gildemeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gildemeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gilde en meester
Woordfamilie van gildemeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gildemeesters | meervoud | gildemeester |
| gildemeestertje | verkleinwoord | gildemeester |
| gildemeestertjes | verkleinwoord meervoud | gildemeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gildemeester zijn vastgelegd.