gigolo
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beroepsdanser
- door oudere vrouwen onderhouden minnaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gigolo's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘betaalde minnaar’ voor het eerst aangetroffen in 1935
Woordfamilie van gigolo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gigolo's | meervoud | gigolo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gigolo zijn vastgelegd.