gezwel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een onnatuurlijke verdikking in het weefsel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezwellen | meervoud |
| gezwelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gezwelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van de stam van zwellen met het voorvoegsel ge-
Woordfamilie van gezwel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezwellen | meervoud | gezwel |
| gezwelletje | verkleinwoord | gezwel |
| gezwelletjes | verkleinwoord meervoud | gezwel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezwel zijn vastgelegd.