gezinshoofd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het hoofd van een gezin
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezinshoofden | meervoud |
| gezinshoofdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gezinshoofdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gezin en hoofd met het invoegsel -s-
Woordfamilie van gezinshoofd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezinshoofden | meervoud | gezinshoofd |
| gezinshoofdje | verkleinwoord | gezinshoofd |
| gezinshoofdjes | verkleinwoord meervoud | gezinshoofd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezinshoofd zijn vastgelegd.