gezinsbijslag
zelfstandig naamwoord ɣəˈzɪnzbɛislɑxBetekenis
- (België) een uitkering die men van de staat krijgt als men kinderen verzorgt en/of onderhoudt
Hoe spreek je gezinsbijslag uit?
/xəˈzɪnzbɛislɑx/
Gezinsbijslag bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| b | bak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een uitkering die men van de staat krijgt als men kinderen verzorgt en/of onderhoudt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezinsbijslagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gezin zn en bijslag zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van gezinsbijslag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezinsbijslagen | meervoud | gezinsbijslag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezinsbijslag zijn vastgelegd.