gewelf
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een holgebogen stenen zoldering waarbij de druk aan beide zijden afgevoerd wordt
- een ruimte die door een holgebogen zoldering overdekt is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gewelfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gewelfjes | verkleinwoord, meervoud |
| gewelven | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘halfgebogen zoldering’ voor het eerst aangetroffen in 1435
Woordfamilie van gewelf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewelfje | verkleinwoord | gewelf |
| gewelfjes | verkleinwoord meervoud | gewelf |
| gewelven | meervoud | gewelf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gewelf zijn vastgelegd.