gesleutel
zelfstandig naamwoord ɣəˈsløtəlBetekenis
- het bezig zijn met een auto of machine te onderhouden of te repareren door de machine uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten
- repareren of beter maken door het aanbrengen van kleine wijzigingen
Hoe spreek je gesleutel uit?
/xəˈsløtəl/
Gesleutel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ø | deur |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Naamwoord van handeling van sleutelen met het voorvoegsel ge-