geslachtsdeel
zelfstandig naamwoord ɣəˈslɑx(t)sdelBetekenis
- elk lichaamsdeel dat wordt gerekend tot de voortplantingsorganen, zoals bij de man de penis en de teelballen
Hoe spreek je geslachtsdeel uit?
/xəˈslɑxtsdel/
Geslachtsdeel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| d | dak |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geslachtsdeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geslachtsdeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| geslachtsdelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van geslacht en deel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van geslachtsdeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslachtsdeeltje | verkleinwoord | geslachtsdeel |
| geslachtsdeeltjes | verkleinwoord meervoud | geslachtsdeel |
| geslachtsdelen | meervoud | geslachtsdeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geslachtsdeel zijn vastgelegd.