geschenk
zelfstandig naamwoord ɣəˈsxɛŋkBetekenis
- iets dat men iemand geven|geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
- iets dat men krijgt
Hoe spreek je geschenk uit?
/xəˈsxɛŋk/
Geschenk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- iets dat men iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geschenken | meervoud |
| geschenkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geschenkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schenken met het voorvoegsel ge-
Woordfamilie van geschenk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschenke | neuter | geschenk |
| geschenken | meervoud | geschenk |
| geschenkje | verkleinwoord | geschenk |
| geschenkjes | verkleinwoord meervoud | geschenk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geschenk zijn vastgelegd.