gepensioneerde
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die zich teruggetrokken heeft van de arbeidsmarkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gepensioneerden | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van gepensioneerd, voltooid deelwoord van pensioneren
Vervoeging van gepensioneerde
gepensioneerdehele werkwoord
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van gepensioneerd
Herkomst
In de betekenis van ‘iem. die pensioen trekt’ voor het eerst aangetroffen in 1814
Woordfamilie van gepensioneerde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepensioneerden | meervoud | gepensioneerde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gepensioneerde zijn vastgelegd.