genus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geslacht: het Nederlands kent drie genera, nl. mannelijk, vrouwelijk en onzijdig
- geslacht, een biologisch taxon
- afkomst
- geslacht
- soort
- knie
zelfstandig naamwoord — neuter
- geslacht [4]
- geslacht [3], een biologisch taxon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genera | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1638
Woordfamilie van genus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genera | meervoud | genus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genus zijn vastgelegd.