geleding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vertikale verdeling van een bouwwerk (een soort verdieping)
- een groep in de maatschappij
- een flexibele verbinding tussen twee delen van een voertuig
- een flexibele verbinding in de poten van (geleedpotige) dieren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geledingen | meervoud |
| geledinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geledinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het verbonden-zijn van delen’ voor het eerst aangetroffen in 1690
Woordfamilie van geleding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geledingen | meervoud | geleding |
| geledinkje | verkleinwoord | geleding |
| geledinkjes | verkleinwoord meervoud | geleding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geleding zijn vastgelegd.