geldschieter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die bereid is iets te financieren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geldschieters | meervoud |
| geldschietertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geldschietertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van geld en de stam van schieten met het achtervoegsel -er (verg. voorschieten)
Woordfamilie van geldschieter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geldschieters | meervoud | geldschieter |
| geldschietertje | verkleinwoord | geldschieter |
| geldschietertjes | verkleinwoord meervoud | geldschieter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geldschieter zijn vastgelegd.