geldpot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aarden vat waarin met geld kan bewaren
- een hoeveelheid geld die men ergens voor kan gebruiken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geldpotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geldpotjes | verkleinwoord, meervoud |
| geldpotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van geld en pot
Woordfamilie van geldpot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geldpotje | verkleinwoord | geldpot |
| geldpotjes | verkleinwoord meervoud | geldpot |
| geldpotten | meervoud | geldpot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geldpot zijn vastgelegd.